In gesprek met je innerlijke criticus

OEFENING

 

Voorbereiding:

Leg twee kussentjes of zet twee stoelen tegenover elkaar.

Als je een bepaalde tijd wilt werken dan stel je een timer in.

 

Oefening:

Je gaat op een van de twee stoelen zitten.

Je visualiseert het deel wat je wilt spreken. Bij voorbeeld je innerlijke criticus. Je maakt de visualisatie heel concreet; hoe voelt de criticus (dominant of streng), hoe ziet de criticus eruit (welke kleding draagt jou criticus, hoe is het postuur/kapsel/gezicht) etc. Als je een duidelijk beeld hebt gevormd van je criticus nodig je de criticus uit om op de stoel tegenover je te komen zitten.  Je noemt dit deel overigens niet “criticus’ maar omschrijft het gedrag van dit deel of het effect wat dit deel op je heeft.

Dan kan de stoelendans gaan beginnen:

Je begint met te checken of het ook inderdaad de criticus is die op de andere stoel is. Door bij voorbeeld te vragen: “jij bent het deel van me dat ervoor zorgt dat ik mijn website maar niet maak”. Klopt dat?

Dan ga je op de stoel van de ‘criticus’ zitten en je neemt de tijd om in de energie van je criticus te landen. Dan neem je ook tijd om de vraag op je te laten inwerken. Je voelt wat er te voelen is. Ook heel direct in je lichaam, je stemming, je gedachten etc etc. En je geeft antwoord op de vraag. “Ja, dat klopt. dat ben ik” of “Nou, ik ben degene in ‘Toky’ die er voor zorgt dat ze niet te veel hooi op haar vork neemt.”  Neem hier echt de tijd voor zodat je antwoord ook daadwerkelijk vanuit deze subpersoon komt.

Dan ga je weer terug zitten op de stoel van jou als geheel. (Toky in mijn geval). Je laat het antwoord op je inwerken. Misschien geef je een reactie of stelt een volgende uitnodigende vraag. 

Bv “oh ben je bang dat ik teveel hooi op mijn vork neem?” “Waarom ben je daar bang voor?” Of “zijn er nog meer dingen waar je bang voor bent die ‘Toky’ doet?”

En weer verschuif je naar de stoel van de ‘Criticus’. Je neemt weer echt de tijd om te voelen wat er echt in je gebeurt. Misschien welt er ineens een emotie op. Je geeft je subpersoon dus alle tijd om zich te ontvouwen.

En je schuift weer terug naar je eigen stoel. Enz enz enz

Als je genoeg informatie hebt of de stroom stopt kun je altijd nog vragen: “is er nog iets wat je zou willen zeggen tegen me”.

 

Afronding

Je eindigt op je eigen stoel en vandaar bedank je je subpersoon. 

Ook als je het moeilijk vond om te horen. (en dat mag je er gerust bij zeggen…)

 

Ter inspiratie nog wat vragen die je aan je supersoon kun stellen:

  • Wanneer/ in welke situaties ben je op de voorgrond?
  • Hoelang ben je al bij me?
  • Wat was de aanleiding om te komen?
  • Is er een deel in me dat je beschermt? En zo ja; welk deel? En hoe gaat het nu met dit deel?

 

Belangrijke voorwaarden:

  • Je wilt écht horen wat deze stem te zeggen heeft. Je bent bereid écht te luisteren.
  • Je stelt je gelijkwaardig op en toont respect voor een subpersoon.

 

Veel plezier op ontdekkingstocht in en met jezelf!