Uitstellen; waarom schuiven we vooruit wat we heel graag willen?

SCHRIJFSEL

Vier redenen waarom we niet doen wat we graag willen. Een schrale troost; uitstellen heeft niks te maken met luiheid!

Als je lui bent wil je niks doen.

Als je uitstelt wil je juist graag iets doen maar blokkeer je. Waarom? En dan heb ik het niet over de belastingaangifte doen of je kledingkast opruimen.

Ik ben vooral geïnteresseerd in het uitstellen van dingen die we heel graag willen. Waar we echt blij van worden; ons energiek, gelukkig, vitaal van gaan voelen.

Zoals dus bijvoorbeeld deze website. Ik heb er dus – serieus – acht! jaar over gedaan om een website de wereld in te sturen. Ik heb me zo vaak afgevraagd ‘HOE IS HET MOGELIJK DAT HET ME NIET LUKT?’

Tijd genoeg gehad dus om dit: – uitstellen – vooruitschuiven – er steeds iets tussen laten komen –  diepgaand te onderzoeken. In mezelf, en ook door er veel over te lezen  en praten.

Er zijn ‘maar’ een paar verklaringen waarom we juist klussen/plannen uitstellen die je heel graag wilt doen. VIER om precies te zijn.

Plus heel veel varianten op deze vier die uiteindelijk allemaal terug te herleiden zijn naar dit kwartet. Vier stuks dus; twee uit ons brein (reptielenbrein!) en de andere twee uit onze persoonlijkheid en psyche.  Bij die laatste spelen onze innerlijke criticus en onze innerlijke saboteur – het destructieve broertje van de criticus – een cruciale rol. Daar beginnen we mee.

 Als je iets nieuws of spannends gaat doen zit er altijd een risico is dat je niet alleen maar fijne gevoelens zult krijgen. En dat wil dit tweetal voorkomen. Het kan ook tegenvallen… En zo’n potentiële tegenvaller activeert je innerlijke kritische comité. De perfectionist en de saboteur zijn er als de kippen bij om je te ‘beschermen’.  Om te voorkomen dat je je – door eigen toedoen – rot kunt gaan voelen.

Niet realistisch inschatten van jouw persoonlijke mogelijkheden en/of de haalbaarheid van het plan/project/werk/klus. Daar zit de angel, want hoe kun je realistisch zijn over iets wat je nog nooit gedaan hebt, als je niet kunt terugvallen op eerdere ervaringen  Je weet het eenvoudig weg niet. Je kunt het ook niet weten, immers het is nieuw. De ervaringen van anderen geven een indicatie maar voor jou kan het heel anders uitpakken.

De werkterreinen van de perfectionist en de saboteur hangen sterk met elkaar samen; zijn twee kanten van dezelfde medaille.

1) Kans op teleurstelling… (werkterrein van de perfectionist in je).

Je legt de lat zo hoog dat het bijna onmogelijk wordt de sprong te halen. Des te hoger je de lat legt des te groter de kans dat het resultaat tegenvalt. Zodra je verwachtingen hebt bestaat de kans op teleurstelling. De realiteit is immers meestal anders dan je had kunnen bedenken. Toch hebben we vaak en veel verwachtingen en is er altijd een risico op een tegenvaller.

Liever blijven dromen dan teleurgesteld worden.

Of variatie’s hierop:

– steeds weer iets nieuwe optie’s bedenken

– eindeloos blijven bijschaven

– het kan altijd beter/mooier/leuker/origineler

Kortom; het is nooit goed genoeg.

 

De andere kant, niet zoveel verwachten, is echter ook meestal geen oplossing.

2) Beren op de weg… (werkterrein van de saboteur in je)

Als je te lage verwachtingen hebt: ‘het lukt me toch niet’, ‘het wordt niks’ ga je er überhaupt niet aan gaat beginnen. Je energiesysteem slaat simpelweg niet aan.  Gebrek aan zelfvertrouwen werkt verlammend. Je komt niet in beweging en voor je het weet zit je een Netflixje te kijken, te appen of iets dergelijks.

Liever een dag gedraald, dan een dag gefaald.

Veel voorkomende variatie’s hierop:

– onzekerheid (de klus is te groot, te moeilijk voor mij)

– minderwaardigheid (de wereld ziet niet op mij te wachten)

– faalangst ( als het me niet lukt ben ik een kneus)

Allemaal uitingen van een gebrek aan zelfvertrouwen.  Het wordt helemaal lastig als je zelfbeeld gekoppeld hebt aan resultaten die je gehaald hebt. Dan kun je gaan denken dat als de resultaten niet goed zijn jij als persoon ook niet goed bent. En zo beland  je snel in een neerwaartse spiraal. Menselijk dat je dit gevoel wilt vermijden  . Ja toch?

Als je er vanuit gaat dat je actie positief voor je zal gaan werken, dat je er een goed gevoel over jezelf aan overhoudt, zul je het sneller oppakken. Logisch toch?

 

De laatste twee verklaringen komen voort uit ons brein. Want wist je dat ‘uitstellen’ iets menselijks is en dieren het niet doen? Juist ja, tijd voor een mini inkijkje in het reptielenbrein en de prefrontale cortex!

3) te weinig pijn…

Dé expert, de Canadese hoogleraar Piers Steel, schrijft in zijn boek Uitstelgedrag dat ons brein nog steeds is ingesteld op de oude wereld waarin we dronken als we dorstig waren, aten als we honger hadden en werkten als we zin hadden of als het echt moest. ‘Onze driften spoorden met wat urgent was’. Toen we rekening gingen houden met de toekomst en plannende wezens werden, raakten we uit de pas met ons eigen temperament en begonnen we ons te gedragen zoals de natuur dat niet had bedoeld.’ (Volkskrant maart 2018).

Natuurlijk heeft de ontwikkeling van ons denken veel voorspoed gebracht. Voor een deel van ons bestaan worden we echter nog steeds driftmatig aangestuurd. Als er te weinig ongemak is, als je te weinig last hebt, zal het instinctmatige deel van je brein (het reptielenbrein dus) geen impuls afgeven. En  dan wordt er geen adrenaline aangemaakt en is in beweging komen lastiger.

We zijn dan afhankelijk van een ander deel van ons brein (de prefrontale cortex). Dit is de plek waar processen plaatsvinden als impulsbeheersing, plannen en het evalueren van je eigen gedrag. Deze prefrontale cortex is nu eenmaal nog minder geëvolueerd.

Naarmate de deadline van het leven nadert, schuiven we steeds minder op de lange baan.

En als je nog jong bent, leef je ook meer vanuit je instinct en stel je minder uit.

4) liever genot dan pijn…

Behalve het vermijden van pijn zijn we door ons reptielenbrein ook geprogrammeerd om op zoek te gaan naar genot. We willen het GOED en LEKKER hebben en wel NU METEEN.

Streven naar korte-termijn-geluk kan ook een belangrijke aanleiding zijn voor uitstelgedrag.

Het past bij ander ‘verslavingsgevoelig-gedrag’ dat veroorzaakt kan worden door ons streven naar ‘korte-termijn-geluk’ zoals roken, teveel eten, gamen of toch eerst een netflixje doen.

Verleidingen die veelal direct en zeker tot positieve emotie leiden en die we met ons ontwikkelde brein moeilijk kunnen weerstaan.

Meditatie heeft overigens hele positieve invloeden op je brein en je prefrontale cortex. Iedereen kan een zogenaamd Boedha’s brein ontwikkelen. Neuro-wetenschappers hebben daar veel onderzoek naar gedaan. Maar daarover een andere keer meer. Zeker weten!

En dan nu de TIPS

uhhh tips… eigenlijk niet zozeer mijn ding maar toch, wie weet brengen ze verlichting voor je.

Er zijn heel veel adviezen te geven, hier een paar die zeker bruikbaar zijn.

– Een klassieker: verdeel grote taken in (veel) kleinere taken. Zorg voor haalbare en realistische stapjes; een klein blokje stevig wandelen is immers voor iedereen te doen. Een hele marathon lopen is een ander verhaal.

– als je merkt dat je blijft aanmodderen is het tijd om te vragen of iemand met je mee wilt denken, op een cursus te gaan om vaardigheden aan te leren of externe deskundigheid in te huren en de klus voor je te laten doen. Je hoeft niet alles zelf te kunnen en zeker niet alleen te doen. 

– zorg voor een externe deadline. Vraag bv een collega, partner, vriendin, buurvrouw of ze over een half uurtje een notitie van je willen doorlezen.

– En misschien wel de belangrijkste: vergeef jezelf je uitstelgedrag van gisteren en probeer het vandaag gewoon weer opnieuw. Niet morgen dus, maar vandaag.

Mijn ‘tip’ is om vooral op zoek te gaan naar wat en waar je blokkeert; waar jouw energie stagneert in het plan/klus. Dan kun je precies op die zere plek je vinger leggen, voelen wat gevoeld wil worden en zal je vanzelf een oplossing vinden die wel werkt (en niet je innerlijke kritische comité activeert. Lees daarover het artikel ook op deze pagina en een eenvoudige oefening ). Je voelt dat het klopt als je merkt dat je enthousiasme weer terug is en je ‘kramp’ weer omgebogen is naar ‘opwinding’. En mocht je daar een steuntje in kunnen gebruiken; je bent welkom.